Het aantal mensen met een bijstandsuitkering is in het tweede kwartaal van 2020 gestegen naar ongeveer 427.000, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek onlangs. Vooral jongeren komen in de bijstand terecht. Vaak worden hun flexibele contracten niet meer verlengd. Arjan Vliegenthart is directeur van het Nibud, het kenniscentrum op het gebied van de Nederlandse huishoudportemonnee. In een gesprek bespreken we de situatie van jongeren die in financiële problemen komen. Vliegenthart maakt zich zorgen. ‘Jongeren hebben nog geen financiële buffer, hebben vaak geen vast contract en veel inkomen gaat naar een woning.’

“Na hun achttiende verjaardag zijn jongeren bij wet financieel volwassen. Je moet vanaf dat moment veel dingen regelen, zoals een ziektekostenverzekering, maar je mag ook heel erg veel. Je kan bijvoorbeeld een telefoonabonnement afsluiten of een creditcard nemen. Vanuit het Nibud doen we onderzoek naar de manieren waarop deze jongvolwassenen met hun geld omgaan.” “Daarover weten we steeds meer en cognitief onderzoek laat zien dat jongeren op die leeftijd misschien op intellectueel vlak meekunnen met hun ouders, maar dat de manier waarop ze omgaan met stress en de manieren waarop ze risico-avers of risicobereid zijn nog weleens verschilt. De jongeren krijgen meteen een grote verantwoordelijkheid in de jaren waarop ze belangrijke keuzes maken: rond een mogelijke studie, een eerste baan of (samen)wonen. Dat zijn allemaal grote momenten in het leven van jongvolwassenen.”

‘Jongeren tussen de 18 en 21 jaar die een bijstandsuitkering ontvangen bouwen maandelijks een schuld op van 666 euro.’

Hoge verwachtingen, kwetsbare positie

“Toch merken we ook een aantal pijnpunten voor deze groep en die zie je de afgelopen maanden door de coronacrisis eigenlijk extra scherp. De meeste jongeren beginnen hun leven op eigen benen met relatief weinig geld. Volgens het normale scenario spaar je door je werkzame leven heen en bouw je pensioen op. Kortom, je vermogen neemt toe.”

“Laatst schreef De Telegraaf nog dat Nederlanders zich ‘suf’ sparen, maar dat geldt niet voor jongeren. Zij zijn op dit moment kwetsbaar omdat ze vaak een flexcontract hebben, ze besteden relatief veel van hun inkomen aan wonen en ze hebben ook niet kunnen profiteren van stijgende huizenprijzen van de afgelopen jaren of van de lage hypotheekrente. We zien op dit vlak met name een groep aan wie aan de ene kant veel verwacht wordt – je bent namelijk 18 jaar oud, hebt de wereld aan je voeten en hebt de mogelijkheid om schulden op te bouwen –, maar aan de andere kant zijn jongeren kwetsbaar als het gaat om hun structurele financiële positie in onze samenleving.”

‘Filosofie voor negen op de tien jongeren’

“De thuisbasis van jongeren draagt bij aan de financiële start die ze hebben. In principe leer je op verschillende plekken je financiële vaardigheden: op school leer je een deel en je krijgt van je vrienden mee hoe zij met geld omgaan, maar het gezin waarin je opgroeit en de manier waarop je ouders met geld omgaan is erg belangrijk. Daarnaast speelt het natuurlijk ook mee of je een ton meekrijgt van je ouders of niet. Je kan nog zoveel voorlichting geven op scholen, maar als dat niet gematcht wordt met wat er zich thuis afspeelt kom je in een lastig parket.”

‘Kwetsbare jongeren worden financieel twee keer geraakt’

“Jongeren die om verschillende redenen geen veilige thuisbasis hebben, komen vroeger op hun eigen benen te staan. Zij zijn extra kwetsbaar, omdat we in Nederland – en dat is op zichzelf best rationeel – proberen te voorkomen dat jongeren op jonge leeftijd in de bijstand komen. Bij voorkeur volgen ze een opleiding en ronden ze die af. Daardoor is ook de bijstandsuitkering voor jongeren tussen de 18 en 21 jaar lager dan een reguliere uitkering (255 euro ten opzichte van 1050 euro voor 21-jarigen, JdC.), ervan uitgaande dat je zo min mogelijk jongeren met een bijstandsuitkering wilt hebben en ze zoveel mogelijk op school wilt hebben. Dan mag het gat zijn tussen de bijstandsuitkering en de studielening niet al te groot zijn.”

“Die filosofie werkt voor negen op de tien jongeren, maar vaak geldt voor jongeren zonder stabiele thuisbasis dat dit geen goede oplossing is. Het leven heeft hen geraakt, waardoor ze alleen zijn en financieel zelfstandig moeten zijn maar te maken hebben met een situatie waarin ze ontmoedigd om zelfstandig te kunnen leven. De beleidsprikkel staat daardoor in mijn ogen voor deze groep de verkeerde kant op. Ze worden financieel krap gehouden, zodat het afmaken van een studie economisch gezien op de korte termijn de verstandigste keuze is, al lukt dit door omstandigheden niet.”

666 euro schuld per maand

“Begin dit jaar publiceerde we bij het Nibud een onderzoek waarin we voor de gemeente Enschede doorrekenden hoeveel jongeren die niet kunnen terugvallen op een vangnet als hun ouders op een maandelijkse basis tekort komen. Daaruit blijkt dat jongvolwassenen niet in staat zijn om zelfstandig te wonen zonder maandelijks tekort te komen; of ze nu studeren, een bijstandsuitkering ontvangen of een minimumloon verdienen. Jongeren tussen de 18 en 21 jaar die een bijstandsuitkering ontvangen bouwen maandelijks een schuld op van 666 euro. Deze jongeren hebben dus 666 euro nodig om rond te komen, maar dat kan alleen wanneer zij goed op de centen letten, alle voorzieningen aanvragen waar ze recht op hebben en niet overvallen worden door stomme pech.”

‘Jongeren zijn kwetsbaar als het gaat om hun structurele financiële positie in onze samenleving.

“Zelfs met die extra 666 euro moeten ze alles goed doen om het hoofd boven water te houden. Dat vind ik belangrijk om te zeggen. Dit zijn vaak kwetsbare jongeren en van kwetsbare mensen in onze samenleving – dat is de paradox van onze samenleving – vragen we de beste kennis van de wet, de beste ambtelijke vaardigheden in het aanvragen van toeslagen en ook het meest nauwkeurige bijhouden wat er op financieel vlak gebeurt. Onder die voorwaarde is 666 euro afdoende om rond te kunnen komen; de werkelijkheid is echter dat nog steeds een hoop jongeren zullen zijn die linksom of rechtsom het niet redden omdat ze het niet kunnen of omdat ze overvallen worden door stomme pech.”

‘Deze groep is niet zielig.’

“Voor de meeste jongeren tussen 18 en 21 jaar met financiële problemen is het een opstapeling van ontwikkelingen in hun tienerjaren, een soort kroniek van een aangekondigde ellende. Het herkennen van die samenloop en beleid daarop inrichten zou erg productief zijn in mijn ogen. Dat hoeft geen politieke strijd te zijn. Er botst hier juist een beleidsparadigma met de belangen van een bevolkingsgroep en daar moet iets aan gedaan worden. Als we deze problematiek apolitiek kunnen bespreken, dan moeten we dat wat mij betreft doen.”

Perspectief

“Het Bouwdepot-project richt zich op de groep die extra kwetsbaar is, maar dat maakt de jongeren niet zielig. Het zijn jongeren die nog groot deel van het leven voor zich hebben en er nog echt iets van kunnen maken. Ze hebben vaste grond onder de voeten nodig om verder te komen en vanuit maatschappelijk rendement is het te hopen dat ze dit krijgen. Dan is hun huidige kwetsbaarheid als zodanig niet het probleem, maar het feit dat je ze perspectief kunt bieden een deel van de oplossing.”

Arjan Vliegenthart (1978, Heerhugowaard) is sinds 2018 directeur van het Nibud. Daarvoor zat hij voor de SP tussen 2007 en 2014 in Eerste Kamer, was voor tussen 2014 en mei 2018 wethouder Werk, Inkomen, Participatie en Armoede in Amsterdam. Als wethouder maakte hij financiële voorlichting en de aanpak van schulden tot speerpunten van zijn beleid. Hij was ook vier jaar lang voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Sinds november 2018 is Vliegenthart Nibud-directeur.